Select Page

Tussen de kapotgeschoten huizen gaat het leven in Oekraïne door, zag fotojournalist Eddy van Wessel tijdens de reizen die hij de afgelopen maanden naar de frontgebieden maakte. Veerkracht is het belangrijkste wapen van de inwoners. ‘Oekraïners weigeren slachtoffer te zijn.’

Tussen de kapotgeschoten huizen gaat het leven in Oekraïne door, zag fotojournalist Eddy van Wessel tijdens de reizen die hij de afgelopen maanden naar de frontgebieden maakte. Veerkracht is het belangrijkste wapen van de inwoners. ‘Oekraïners weigeren slachtoffer te zijn.’

_ tekst Janne Chaudron _________

Hoe verbeeld je hoop en veerkracht in een oorlog? Fotograaf Eddy van Wessel noemt het zijn moeilijkste opdracht ooit. “Oekraïne is een plek waar de beschaving is afgeschaft”, zegt Van Wessel over de verschrikkingen die hij dit jaar vastlegde. Maar een mens blijft mens, ook als er gevochten wordt. Verjaardagen worden gevierd, huwelijken voltrokken en er wordt muziek gemaakt. Mensen improviseren, laden gezamenlijk hun telefoons op aan de enige generator die voorhanden is. Dát gebeurt ook in een oorlog.

Zelfs in de steden die kapot gebombardeerd zijn, ziet Van Wessel hoe mensen in staat zijn het leven te nemen zoals het komt. Hoe ze elkaar vasthouden en hoop putten uit de aanwezigheid van de ander. In Bachmoet – een frontstad die al maanden bestookt wordt door de Russen – is dat goed te zien bij een van de hulpposten waar de fotograaf een paar uur verblijft.

Broodje op wielen

Van Wessel: “De meeste mensen zijn uit deze stad gevlucht. De hulpposten worden bezocht door gewonde soldaten. Op een bepaald moment komt er een busje aanrijden, een soort broodje op wielen. Drie burgers stappen uit. Ze zitten onder het bloed. Ze worden in een rolstoel gehesen en vervolgens behandeld.

“De man wacht in een nisje op zijn vrouw die iets later, ondersteund door een arts, komt aanstrompelen. Zittend in dat nisje beginnen ze te ruziën over een telefoon. Ze is hem kwijtgeraakt. Hij zoekt in de vele zakken van zijn jas en tovert hem tevoorschijn, waarop zijn vrouw zegt: ‘Naar onze sleutel hoef je niet meer te zoeken, want een huis hebben we niet meer’.

En dan het moment waarop Van Wessel de foto boven deze tekst maakte. “De man leunt naar haar toe, ze troosten elkaar. Het is een moment van liefde, van hoop: ze hebben het gered, ze zijn er nog, ze hebben elkaar.”

Gelauwerd fotograaf

Eddy van Wessel is sinds 1985 werkzaam als fotograaf. Hij publiceert in buitenlandse media en in Nederland vooral in Trouw. Tien jaar lang (1994-2004) volgde Van Wessel de oorlogen in Tsjetsjenië. Sinds 2003 fotografeert hij de ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Hij maakte samen met Daimon Xanthopoulos een documentaire over het geweld tegen migranten aan de buitengrenzen van de EU. Daarmee won hij een Tegel, de belangrijkste Nederlandse prijs voor journalistiek. Sinds de Russische invasie reist Van Wessel regelmatig af naar Oekraïne. Zijn werk is drie keer onderscheiden met de Zilveren Camera. 

‘Ik probeer dat simpele, alledaagse te vangen. Een meisje op de step, mensen met boodschappentassen.

Boetsja en Irpin zijn synoniemen geworden voor het drama in Oekraïne, zegt Van Wessel. In die plaatsen wordt gruwelijk duidelijk hoe het Russische leger te werk gaat. De militairen verkrachten vrouwen, verwoesten huizen en vermoorden mensen.

Naar Irpin, een stad ten noorden van Kiev, keert Van Wessel regelmatig terug. Hij ziet hoe de mensen zo goed en zo kwaad als het gaat het leven weer oppakken. De verwoeste supermarkt krijgt weer ramen: van plastic weliswaar, maar toch. “Ik probeer dat simpele, alledaagse te vangen in mijn foto’s. Een meisje op een step, mensen met boodschappentassen. Het leven gaat door. Oekraïners proberen er iets van te maken, ook al zijn hun huizen verwoest.”

‘De jongens werden militair specialist zonder het te beseffen’

De impact van de oorlog op kinderen is enorm, ziet Van Wessel in het frontgebied tussen Bachmoet en Siversk.

Hij ontmoet daar een gezin: vader, moeder en kinderen in de leeftijd van 4 maanden tot 11 jaar. Ze hebben een varken en een koe. Raketten van het Oekraïense en Russische leger vliegen voortdurend over het huis. “Ze wonen letterlijk op de frontlijn”, zegt Van Wessel. “Het middelste jongetje, Egor van 9 jaar, is verantwoordelijk voor de dieren. Een van de varkens werd onlangs geslacht, Egor was in tranen.

“De familie zit veel binnen vanwege de over en weer vliegende raketten. De jongens hebben weinig omhanden, videospelletjes zijn er niet. Ze bedachten hun eigen spel. Ze werden militair specialist zonder het te beseffen. Ze kunnen me exact vertellen wie de raket afschiet, hoe lang het duurt voordat hij ergens inslaat, uit welke richting hij komt, wat het kaliber is en ga zo maar door. Ze hebben zelfs een checkpoint ingericht met oude troep die soldaten hebben achtergelaten.

“De eventuele consequenties van de oorlog dringen niet tot de kinderen door. Ik vroeg hen wat ze zouden doen als de Russen zouden komen en de boel zouden overnemen. Egor had daar nog nooit over nagedacht. Hij zei: ‘Dan hijsen we toch een andere vlag’.”

Over de aantallen soldaten die sneuvelen in deze oorlog bestaat onduidelijkheid. Een adviseur van de Oekraïense president Zelenski sprak deze maand over 10.000 tot 13.000 gedode militairen sinds het begin van de oorlog. Een Amerikaanse inlichtingenofficier suggereerde dat het aantal op zo’n 100.000 ligt, maar Kiev spreekt dat tegen. Ook aan Russische zijde zouden al zo’n 100.000 soldaten zijn omgekomen.

De keren dat Van Wessel in Oekraïne fotografeert, ontmoet hij bijna dagelijks de mannen die vechten om hun land te verdedigen. Hij zag eerder dit jaar een man sterven op een operatietafel, hij zag soldaten die hun armen en benen verloren. “Ik heb al een tijdje contact met een soldaat, die in nog geen jaar tijd tien jaar ouder is geworden. Zijn haar is grijs en hij wordt kaal. Hij heeft het zwaar.”

‘Ik ken een soldaat die in nog geen jaar tijd tien jaar ouder is geworden. Zijn haar is grijs en hij wordt kaal’

Tussen al dat leed zijn er ook lichtpuntjes, zegt Van Wessel. “Ten zuiden van Bachmoet ontmoette ik twee soldaten bij een hulppost. Ze hadden geluk, want in tegenstelling tot hun collega’s waren deze mannen slechts lichtgewond. De granaatscherven kwamen precies op de juiste plek terecht. Een van de mannen verbond zichzelf. Hij is opgeleid tot arts, maar vecht nu voor het leger.”

Dat ziet Van Wessel vaker. Wat je achtergrond ook is, je wordt onderdeel van de oorlog. Oekraïners met een journalistieke achtergrond begeleiden nu verslaggevers in de frontgebieden en tijdens een bezoek aan het leger. Artsen helpen bij de hulpposten, waar ze gewonde soldaten verzorgen. “Het zijn echte levensredders.”

‘Je weet nooit of je partner er de volgende dag nog is’

Zingen, trouwen, dansen, een verjaardag. Ook tijdens de oorlog wordt het leven gevierd. De ene keer uitbundiger dan de andere.

Zo ziet Van Wessel in Kiev dat jonge stellen nog snel trouwen, voordat de man afreist naar het front. Die bijeenkomsten zijn niet per se feestelijk. De stellen komen alleen en trouwen in stilte. “Je merkt dat mensen op zoek zijn naar iets symbolisch, iets dat hun liefde vereeuwigt. Je weet nooit of je partner er de volgende dag nog is. Er zijn ook mannen die een paar dagen terugkeren van het front om even snel te trouwen.”

‘Mensen zijn op zoek naar iets symbolisch,
iets dat hun liefde vereeuwigt’

De huwelijksindustrie springt er handig op in. “Tegenwoordig registreer je jezelf online. De volgende dag treed je al in het huwelijk. Het is zo geregeld.”

In tegenstelling tot de wat afstandelijke huwelijken zijn er ook plekken in Oekraïne waar nog echt gefeest wordt. Neem het hardrockcafé in Charkov, in een kelder. Elektriciteit is er niet, wel een generator. “Toen ik er was, speelde er een bluesband. Mensen gingen uit hun dak, alsof er buiten geen oorlog aan de gang was. Het is tevens een vorm van verzet, Poetin wil dat iedereen bang is en stopt met leven. De cultuursector wordt constant belaagd.”

Ook op kleinere schaal vieren mensen het leven, ondervond Van Wessel. “De oorlog is pas een maand bezig, Charkov ligt onder vuur. Ik verblijf in een klein appartement in de stad. Ik hoor mensen zingen aan de achterkant van het huis. De vrouw op de bovenste verdieping wordt 50. Er is taart, de vrouw krijgt een ketting met een gelukssteen, een kind straalt. De verjaardag wordt gevierd, ondanks de onzekere tijden.”

‘Met vechten zou hij minder bijdragen dan met zijn kunst’

Eddy van Wessel begeeft zich in Oekraïne vaak in de frontgebieden, in steden waar de huizen verwoest zijn, de mensen gevlucht en de elektriciteit niet werkt. Toen de oorlog in februari uitbrak, reisde hij verschillende keren naar Charkov, waar in de beginmaanden veel gevochten werd. Hij ontmoette daar Gamlet die zichzelf word-paint-artiest noemt. Maar hij is veelzijdiger dan dat. Hij maakt ook muurschilderingen en verspreidt via Instagram hoopgevende en grappige boodschappen.

Van Wessel: “Gamlet is een begrip in Oekraïne, hij is razend populair, iedereen wil met hem op de foto. Ik volgde hem een tijdje. Op een bepaald moment moest hij in dienst, net als de andere Oekraïense mannen. Maar de commandant van zijn bataljon vond dat hij met vechten minder zou bijdragen dan met zijn kunst. Hij zei: ‘Ik wil dat jij de oorlog thuisbrengt, mensen blijft motiveren met je kunst’. Gamlet is iemand die ondanks de oorlog blijdschap en toekomst uitstraalt.”

‘Ik zag hier een geweldige voorstelling over de massamoorden in Boetsja’

Of het nu gaat om een metrostation of een ondergrondse kelder; schuilplekken spelen een prominente rol in deze oorlog. De inventiviteit van de Oekraïners kent geen grenzen.

Van Wessel ontmoette een gezin in Charkov dat zich schuilhoudt in een poppentheater. Dat beroemde theater is gevestigd in een oud bankgebouw. De moeder, de vader en hun dochtertje verblijven in de kelder, in een oude kluis. De deur is een halve meter dik. “Het is daar absoluut veilig.” Overdag speelt de dochter in het poppentheater en helpen de ouders met hand-en-spandiensten. “Het theater draait gewoon door. Toen ik er was, was er een geweldige voorstelling over de massamoorden in Boetsja. Geen woord verstond ik ervan en toch raakte het me.”

‘De ene is pro-Russisch, de ander pro-Zelenski. Maar als er een brand uitbreekt, gaan ze samen aan de slag’

“De helden van de oorlog.” Zo omschrijft Eddy van Wessel de brandweermannen die hij ontmoette in Bachmoet. “Ze geven zich volledig, uit liefde voor hun stad. En het grappige is: de mensen die er werken, zijn het vaak niet met elkaar eens. De ene is pro-Russisch, de ander pro-Zelenski, de volgende heeft geen mening. Zodra er brand uitbreekt, verenigen ze zich en gaan ze aan de slag. Dan vallen alle verschillen weg.”

Van Wessel bracht een aantal dagen door met de brandweermannen. Het viel hem op dat ze nergens voor terugdeinzen. “De mannen zijn niet bezig met de raketten die vlak bij ons insloegen, ze willen hun werk goed doen. De helft draagt niet eens een helm, bluswater komt uit een meertje verderop. Het is allemaal zo provisorisch, het is net een tekenfilm.”

Deze hulpverleners zijn de ogen en oren van de oorlog, zeker in Bachmoet. Zij zien de verschrikkingen. “We kwamen bij een huis waar net een granaat was ingeslagen. De mannen vonden daar een man onder het puin en legden hem in de tuin. De man was dood. Ik hoorde een vrouw roepen. Ze boog zich over het dode lichaam van haar man en je zag de wanhoop in haar ogen. Vreselijk. Hij was thuis op het moment van de inslag, zij niet.”

“Katerina Ivakina is een fenomeen met een rotsvast vertrouwen in haar onsterfelijkheid. Ik ontmoette haar in Charkov, in de wijk Saltivka waar ze tot een paar maanden geleden woonde. Het is een Sovjetwijk met hoge flats die kapotgebombardeerd is door het Russische leger.

“Katerina – ik schat haar halverwege de tachtig – woont op de achtste verdieping in een huis dat vol hangt met amuletten. Alle appartementen om haar heen zijn uitgebrand. Ik vroeg haar: ‘Waarom blijf je?’ Ze antwoordde: ‘Ik ben hier veilig, ik heb mijn amuletten, ik weet zeker dat er niets met mij gebeurt’.

“Iedere dag sloft ze van de achtste verdieping naar beneden. Daar doet ze wel tien minuten over. Tussen al die uitgebrande flatgebouwen staat een soort tafeltje-dek-je op haar te wachten. Stel je er niet te veel van voor, maar voor Katerina voelt het als een viersterrenrestaurant.

‘Hier ben ik veilig, hier heb ik mijn amuletten’

“Het is een dame die de oorlog ondergaat. Ze wil doorleven zoals ze gewend is, ook al is iedereen om haar heen vertrokken. Zij heeft haar amuletten en haar kat. Toen de hulpdiensten haar vroegen of ze nog iets nodig had, antwoordde ze: ‘Shampoo die glanst’. Ze is ijdel, dat is een belangrijk deel van haar persoonlijkheid.

“Ze heeft gelijk gehad. Haar huis is al die tijd gespaard gebleven. Toch woont Katerina inmiddels niet meer in het appartement. Ze is verhuisd naar de andere kant van Charkov, want in haar oude flat mocht ze niet meer wonen. Haar amuletten en haar oude kat heeft ze meegenomen. Ze baalt van haar nieuwe uitzicht.”

‘Het is alsof de hond voor deze vrouw spreekt’

Eddy van Wessel: “Toen de Russen zich terugtrokken uit verschillende dorpen rond Charkov, kwam er een grote evacuatie op gang. Ik bezocht een plek waar de politie evacués screende op eventuele samenwerking met de Russen. Ik fotografeerde er deze kapotte auto met kogelgaten en verwoeste ramen. De vrouw kijkt stoïcijns voor zich uit, de hond blaft euforisch, alsof het beest voor haar spreekt. De stille vrouw en de uitgelaten hond, ik vond het een bijzondere tegenstelling.”

‘De mannen moeten blijven om te vechten. Zij gaat weg, hij blijft’

Fotograaf Eddy van Wessel: “Eind maart, Charkov ligt onder vuur. Mensen vluchten massaal voor de net uitgebroken oorlog, maar de mannen kunnen niet weg. Zij moeten blijven om te vechten. Het stel dat ik fotografeer, neemt afscheid. Zij gaat weg, hij blijft.”

Meer fotoreportages:

Een verslag vanuit de belaagde Oekraïense stad Bachmoet

‘Wil je hier wonen, dan hoort de dood daarbij.’

Eddy van Wessel over zijn foto’s uit een land in oorlog

‘Al die mensen dachten dat dit hun niet zou overkomen.’

Volg ons:

© 2022 de Persgroep Nederland B.V.
Alle rechten voorbehouden

Bekijk hier ons privacy statement en hoe wij cookies gebruiken