Hoe breng je de bomen terug naar de schotse hooglanden?

Het bos op de Schotse Hooglanden sterft uit. Bejaarde bomen gaan dood en jonge bomen worden opgegeten. Een groep vrijwilligers doet er alles aan om het bos te redden.

Hoe breng je de bomen terug naar de schotse hooglanden?

Het bos op de Schotse Hooglanden sterft uit. Bejaarde bomen gaan dood en jonge bomen worden opgegeten. Een groep vrijwilligers doet er alles aan om het bos te redden.

Journalist Jelle Brandt Corstius en fotograaf Jeroen Toirkens bezoeken voor Trouw de noordelijke bossen van de wereld. Vier jaar lang, acht reizen. Dit is deel vier. Bekijk ook het verslag van hun reizen naar Noorwegen en Japan en Canada. Jelle vertelt meer over het project in deze video.

Journalist Jelle Brandt Corstius en fotograaf Jeroen Toirkens bezoeken voor Trouw de noordelijke bossen van de wereld. Vier jaar lang, acht reizen. Dit is deel vier. Bekijk ook het verslag van hun reizen naar Noorwegen en Japan en Canada. Jelle vertelt meer over het project in deze video.

Rondom ons: een prachtig, kaal landschap, met erboven wolken die door de blauwe lucht jagen. In de verte komt alweer de volgende regenbui aangezet. We staan in een Schotse glen, een glooiende vallei, in de buurt van de stad Drumnadrochit, gelegen aan de oever van Loch Ness. Om ons heen pronken de voor Schotland kenmerkende kale heuvels. En in het midden, een grote grove den, die eenzaam en statig afsteekt tegen de kale vlakte. Het is het prachtige Schotland zoals je het je voorstelt, en de reden waarom er elk jaar drommen natuurliefhebbers naartoe komen.

Alan Watson Featherstone van de organisatie Trees for Life kijkt heel anders naar deze plek. Featherstone werkte ooit bij een mijnbedrijf. Nu staat zijn leven juist in het teken van het behoud van de natuur. “Ik word verdrietig van deze boom. Dit is een granny pine, een bejaarde boom. Als je hier over twintig jaar komt, staan er helemaal geen bomen meer. Tenminste, als we zelf niets ondernemen. Ons bos sterft uit, en er komt niets voor in de plaats.”

‘Ons bos sterft uit, en er komt niets voor in de plaats’

– Alan Watson Featherstone, oprichter van Trees for Life

In tegenstelling tot wat veel mensen denken, heeft Schotland er niet altijd zo kaal uitgezien. Aan het begin van de Middeleeuwen waren grote delen van het land nog bedekt door de voor Schotland karakteristieke grove den, en ook loofbomen als esp, wilg, eik en berk. Maar de bevolking groeide, en daarmee ook de behoefte aan hout om huizen te bouwen, en die warm te houden. Bossen moesten plaats maken voor landbouwgrond. Toen Schotland ook nog maritieme ambities kreeg, was de kaalslag helemaal niet meer te stoppen. Er werd jacht gemaakt op de laatste grove dennen, die essentieel waren voor de scheepsbouw. Van die maritieme ambities is niet veel gekomen, uiteindelijk moest Schotland het onderspit delven tegen zuiderbuur Engeland.

Tijdens de zogenaamde highland clearances in de achttiende en negentiende eeuw verdwenen naast de bomen ook de mensen. Onder druk van de Engelsen werden hele Schotse gemeenschappen gedeporteerd naar de kust. Op de Schotse highlands lieten de Engelsen schapen los die het gebied vakkundig leegvraten en uitputten. Wat overbleef, waren de crofts, kleine landpercelen, en hier en daar een boom die alles door een mirakel had overleefd. Alleen op afgelegen plekken, steile berghellingen die niet interessant waren voor de landbouw, overleefden kleine plukjes bos.

Links: Frank Spencer-Nairn, de landheer van Culligran Estate;
Midden: De boosdoeners van de kale vlaktes in Schotland;
Rechts: De bomenkraamkamer van Trees for Life.

Boven: Frank Spencer-Nairn, de landheer van Culligran Estate; 
Midden: De boosdoeners van de kale vlaktes in Schotland; 
Onder: De bomenkraamkamer van Trees for Life.

Tegenwoordig is de bosbouw gereguleerd. Je zou verwachten dat met een meer verantwoorde boskap de bossen vanzelf weer terugkomen. Rond de granny pine schieten overal jonge sparretjes uit de grond. “Maar kijk eens goed naar dit sparretje”, zegt Featherstone en hij buigt naar een exemplaar. Het boompje is hooguit tien centimeter hoog. “Het stammetje gaat niet recht omhoog, zie je dat? Dat komt omdat hij steeds wordt aangevreten, en dan opnieuw moet beginnen.” Aan de knoppen van het stammetje ziet Featherstone dat het al negen jaar oud is. In normale omstandigheden had hier nu een boompje gestaan. Maar de omstandigheden zijn niet normaal.

De belangrijkste boosdoener zijn de edelherten, waar Schotland er ongeveer 400.000 van telt. Zij vreten alles, ­inclusief jonge naaldbomen, vooral in de winter als de dieren door het sneeuwdek minder kieskeurig zijn. “De gemid­delde leeftijd van een grove den is 250 jaar. Binnenkort gaat deze granny pine dood en heb je alleen nog maar een kale vlakte.”

Daar probeert Trees for Life verandering in te brengen. Sinds de oprichting in 1989 hebben zij ongeveer 1,5 miljoen bomen geplant. De eerste paar jaar worden die omheind om ze te beschermen tegen hongerige herten. Als de bomen groot genoeg zijn, kunnen de omheiningen weg.

‘Binnenkort gaat deze granny pine dood en heb je alleen nog maar een kale vlakte’

Glen Affric, beschermd gebied sinds 2004. ‘Zo moet Schotland er vroeger uit hebben gezien.’

We rijden naar Glen Affric, dat sinds 2004 beschermd gebied is en waar bomen worden geplant. Ooit was dit ook een woestenij met bejaarde bomen. Nu is het een prachtig bos. Een waterval zorgt voor een constante toevoer van vocht in de vorm van waterdamp. De grond is vochtig en zompig – sommige stukken van Schotland zijn geclassificeerd als regenwoud. Tussen de bomen hangen dikke strengen korstmos. “Ik zie dit als een tijdmachine”, vertelt Featherstone. “Zo moet Schotland er vroeger uit hebben gezien. Maar moet je hier achter ons kijken, dat is productiebos. Bomen die dicht op elkaar in rechte rijen staan. Het zijn snelgroeiende soorten, geïmporteerd uit Amerika. En kijk nu naar de overkant. Die boom heeft ruimte om in de breedte te groeien. Elke boom daar heeft zijn eigen vorm en karakter. Daar word ik vrolijk van.”

Voor het slagen van zijn plan om de bossen terug te brengen naar de Schotse Hooglanden is samenwerking met grootgrondbezitters cruciaal. Vijfhonderd mensen bezitten meer dan de helft van Schotland, een abnormaal percentage. Het is een erfenis van het oude clan-
systeem. Pas sinds de jaren negentig van de vorige eeuw heeft Schotland twee ­nationale parken.

Niet alle grootgrondbezitters zitten te wachten op meer ­bossen. Veel mensen zijn namelijk afhankelijk van de hertenjacht, en in een omheind bos zonder herten is het lastig jagen. Toch zijn er ook uitzonderingen. Neem Frank Spencer-Nairn, de landheer van Culligran Estate, gelegen in de Strathfarrar-vallei. Elke dag maakt hij met zijn hond een flinke wandeling over zijn netwerk van dertig kilometer privéwegen. We bevinden ons aan de rand van zijn landgoed. Een onzichtbare grens loopt door de vallei, daarachter begint het volgende landgoed. Zijn buurman is een oliesjeik die een paar keer per jaar langskomt om vanuit een helikopter een paar edelherten neer te knallen. In de vallei van de oliesjeik staat een kudde herten rustig te grazen. Kennelijk is de sjeik niet thuis.

‘Elke boom daar heeft zijn eigen vorm en karakter. Daar word ik vrolijk van’

Links: Op een afgeschermde berghelling planten vrijwilligers jonge espen;
Rechts: Bomen gepland door Trees for Life.

Boven: Op een afgeschermde berghelling planten vrijwilligers jonge espen; 
Onder: bomen gepland door Trees for Life.

Een grove den bij stuwmeer Loch Mullardoch.

Spencer-Nairn vertelt dat elk landgoed de plicht heeft om jaarlijks een aantal herten te doden, om overbevolking tegen te gaan. Dat aantal wordt elk jaar besloten in een vergadering van landbezitters. Dat is ook het moment om te praten over de uitbreiding van de Schotse bossen. Spencer-Nairn: “De meeste grootgrondbezitters zijn faliekant tegen. Voor mij is het ­anders. Ik verhuur huisjes op mijn grondgebied aan natuurliefhebbers die hier komen om te wandelen of vogels te kijken. Dan is het juist fijn om wat meer bossen te hebben.”

Langs de weg wijst hij naar een met hekwerk afgescheiden bosperceel. De hekken zijn afkomstig van Trees for Life. Het is een samen­werking waar ­beide partijen baat bij hebben. De bomen zijn nog jong, het hekwerk zal nog een paar jaar moeten blijven staan.

Ook de Schotse regering is vastbesloten om de oude Caledonische ­bossen te herstellen. Het doel is dat in 2050 een kwart van Schotland weer ­bebost is. Dat is nu nog 17 procent, waarvan een groot deel productiebos. Maar de weerstand van de grootgrondbezitters is groot. Zij hebben een onwaarschijnlijke bondgenoot gevonden in de alpinistenvereniging, die de heuvels van Schotland liever kaal ziet. Het is dus de vraag of dit doel wel gehaald gaat worden. Dat hangt ook af van het aantal herten, en de toegang die zij hebben tot de jonge bossen.

Als het aan Trees for Life ligt, gaat het in ieder geval wel lukken. Op een ­afgeschermde berghelling planten vrijwilligers op een herfstige ochtend jonge espen. De helling ligt in Dundreggan Estate, een voormalig jachtterrein dat Trees for Life in zijn geheel heeft aangekocht. Met veel zorg gaat elke jonge boom de grond in. Het werk wordt ­regelmatig onderbroken door een harde regenbui, waarna de zon weer gaat schijnen. “Schotland is als het weer: onvoorspelbaar en altijd veranderlijk”, merkt een vrijwilliger op. “Over vijftig jaar staat op deze helling een prachtig bos. Kom dan nog maar eens terug!”

Boreale zone

Het boreale woud is de grootste vegetatiezone op aarde en beslaat zo’n 29% van het totale bosgebied. Met een oppervlakte van zo’n negen miljoen vierkante kilometer is het aanzienlijk groter dan het Amazone-regenwoud. Met name in Rusland is sinds de val van het communisme de ontbossing enorm toegenomen.

Boreale bossen zetten op grote schaal koolstofdioxide om in zuurstof. Een gemiddelde boom produceert in honderd jaar genoeg zuurstof om een persoon twintig jaar van te laten ademen. Het tropisch regenwoud en het boreale woud vormen samen de longen van onze aarde. Toch is minder dan twaalf procent van deze bossen beschermd gebied.

Eenderde van dit boreale bos ligt in Canada. Het is het grootste intacte bos ter wereld: drie miljoen vierkante kilometer  bos zonder steden, wegen en industrie.

Compensatie

Voor project Borealis moet veel worden gereisd, veelal per vliegtuig. Om de CO2-uitstoot gedeeltelijk te compenseren heeft Trees for Life in opdracht van Toirkens en Brandt Corstius een stuk bos ­geplant in Schotland. In de vallei Glen Affric staat, als het een beetje meezit, over een jaar of dertig een nieuw bos. Voorlopig zijn het 165 ‘Borealis-bomen’, aan het eind van het project wordt het bos verder uitgebreid om Borealis CO2-neutraal te maken.

Financiering

Het Borealis-project wordt ­financieel ondersteund door ­onder meer ASN-bank, Staatsbosbeheer en het Anchorage ­Museum in Alaska. Trouw is ­mediapartner. Ook u kunt het project sponsoren. Ga voor meer informatie naar borealisproject.nl.

TEKST: JELLE BRANDT CORSTIUS
FOTOGRAFIE: JEROEN TOIRKENS
WEBSITE: DANUSIA SCHENKE, JAN KRUIDHOF EN SUSANNE POOT