In het voetspoor van de eerste wandelaar

Nu struikel je op Texel over de wandelende toeristen, maar één was de eerste: de belezen Leidenaar Pieter Kikkert. Lodewijk Dros, afkomstig van het eiland, schreef een boek over hem.

tekst Naïm Derbali foto’s Pieter de Vries

De puntige schoenen van Lodewijk Dros (1964) tokkelen op het asfalt van een slingerend fietspad op de kop van Texel. Hij snuift de zilte zeelucht op, die naadloos in de indringende geur van vroege zomervegetatie opgaat. Dros, chef van Trouw-katern Letter & Geest, loopt het bollende duinlandschap door, in de voetsporen van de man over wie hij een boek schreef, de kunstenaar en ambtenaar Pieter Kikkert (1775-1855). Voor zover dat gaat. “Er waren toen nauwelijks verharde wegen, hij liep over modderige weggetjes en karrensporen.”

‘Het verschil tussen lopen en wandelen zit hem in het hoofd, niet in de voeten’

‘Eiland in de nevel’ is een portret van het Waddeneiland op basis van een oud reisverslag van Kikkert. De Leidenaar was op bezoek bij familie – de Kikkerts zijn een bekend Texels geslacht. Twee jaar geleden stuitte Dros, geboren Texelaar, bij toeval op een manuscript van Kikkert met daarin een reisverslag over diens wandeling in 1791.

“Ik zal den ouderdom van 16 of 17 jaren bereikt hebben gehad, toen ik een bezoek afleide bij mijn bloedverwanten op het eiland Texel”.
Lees hier het originele manuscript.

Hij was meteen gegrepen door de mijmeringen die de tiener optekende. Pieter Kikkert maakte doelbewust een ommetje van 50 kilometer lang op Texel. In zekere zin introduceerde hij het concept ‘wandelen’ op het eiland, zegt Dros. “In die tijd liep iedereen – vervoer per koets kon hij waarschijnlijk wel betalen, maar hij wandelde liever. Het verschil tussen lopen en wandelen zit hem in het hoofd, niet in de voeten. Wandelen is een wilsbesluit, een opzettelijk ondergaan van de omgeving.”

Pasteltekening uit 1891 van Pieter Kikkert door J.A.M. Haak, Stadsarchief Vlaardingen.

Qua vorm beschrijft Kikkert een heel ander eiland dan het huidige Texel. Voor de negentiende-eeuwse inpolderingen vertoonde de kust in het noordoosten een grote inham. “En dat is nog maar een van de vele verschillen met het landschap zoals we het nu kennen. Kikkert kwam niemand tegen, en bomen waren er vrijwel niet. Hij beschrijft een eiland dat ik niet echt kende. Eigenlijk heeft hij me zo een stuk van Texel teruggegeven, van twee eeuwen geleden.”

Texel toen en nu
Verschuif de balk hieronder om het verschil te zien tussen het vroegere en het huidige Texel.

Op de strook land waar Dros nu loopt is het verschil tussen het oude en het nieuwe land nog zichtbaar. De duinen op het oude Eierland doen wat rood aan, en zijn grauwiger en donkerder. Hij grabbelt wat zandkorrels bij elkaar. “Je ziet het ook. Dit zand is niet echt wit meer, zoals bij jongere duinen. Deze grond is verweerd, aangetast door het weer en door de vegetatie.”

Even verderop pikt een fazant wat voedsel uit de bodem. Onder enkele kwiek fladderende zilvermeeuwen spreidt Dros de armen wijd. “Die Kikkert moet zijn ogen hebben uitgekeken in dit landschap, in de ruige, ongenadige natuur waar verder nooit iemand kwam. Stel je voor, zo’n avontuurlijke geest die hier helemaal alleen loopt. Dít is wat het was. Dat landschap.”

Hij neemt even de tijd om zijn woorden zorgvuldig te kiezen. “Er gaat zo’n autonomie van uit. Het is groots. Zo van: het redt zichzelf wel, het heeft mij niet nodig.”

‘Texel is haast een openluchtmuseum geworden’

Ballingschap
Dros’ familie woont nog op Texel. “Ik ben de enige balling, ik leef in exile”, zegt hij met een half ingehouden grinnik. Nog steeds is hij in het bezit van een caravan op het eiland. Op de veerboot van Den Helder naar ’t Horntje wordt toeristen soms gevraagd waarom ze het eiland bezoeken. Het antwoord is steevast: voor de natuur en de rust. “Toeristen zijn romantici. Net als Kikkert zoeken ze de rust, de natuur en de schoonheid op. Eigenlijk was hij de eerste toerist op Texel.”

Hij pauzeert, haalt een hand uit zijn zak en praat druk gebarend verder. Ironisch genoeg is de rust op Texel schaarser geworden vanwege het massatoerisme, zegt Dros. “Maar wat wil de bezoeker? Dat authentieke, dat romantische element, rust. Liefst nog een kromgetrokken boer. Texel is haast een openluchtmuseum geworden. En de eilandbewoner is dan het decor, een figurant. Dat is best pijnlijk en vernederend.”

De Slufter op Texel, een uur na hoog water. De stippellijn toont hoe Kikkert naar Eierland liep.

De natuurbeleving van Kikkert was gangbaar in de Romantiek, maar die stroming kende in Nederland toen weinig aanhang. “In wezen was hij een eenling in een tijd die gedomineerd werd door de Verlichting. Die verklaart, terwijl de Romantiek ervaart. Deze Pieter Kikkert vond dat ervaren wel fijn. Bij Romantiek wordt vaak gedacht aan slap gesnotter, een grote misvatting. Kikkert loopt gewoon niet weg voor emoties. Het is niet zo dat hij om alles jankt. Het is geen Hazes.”

‘Het maakte Kikkert niet uit of hij zeven soorten musjes kon onderscheiden. Dat interesseerde hem niet.’

Dwalend door het achttiende-eeuwse Waddenlandschap kon Kikkert de natuur intens ervaren door aandachtig om zich heen te kijken. Dros houdt abrupt halt. “Af en toe”, zegt hij, “hield ’ie even in. Dan dronk hij het landschap in.” Met een beminnelijke glimlach begroet de schrijver-journalist een pelotonnetje fietsers dat langsrijdt. “Vroeg je hem welke planten hem omringden, dan had hij geen idee. Het maakte hem niet uit of hij zeven soorten musjes kon onderscheiden. Dat interesseerde hem niet. Het ging hem om de totaalbeleving van het pure landschap. De lucht, de wind, de zee en de vogels.”

Overdonderd door de schoonheid van de natuur sloeg Kikkert aan het schetsen, dichten en bespiegelen. Zo schreef hij:

Waar ge opmerkzame ogen richt
Gaart uw geest een schat van licht.

Tot aan de Romantiek was de natuur vooral een hulpbron, een instrument, vertelt Dros. “Een plek waarin je gewassen kon verbouwen of koeien kon laten grazen. Maar toen kwam er een hang naar ruigere, woeste natuur. Voorheen werd dat gezien als gevaarlijk en stond ongerept gelijk aan onbeschaafd. De romanticus ervaart dat ongerepte juist als een grote kwaliteit.”

Aquarellen door Pieter Kikkert van rond 1795. (Stadsarchief Vlaardingen)

De jonge Kikkert had bij zijn wandeling over de Texelse duinen een dichtbundel onder de arm van Ossian, een derde-eeuwse bard. Later bleek dit Ossian-epos niet meer dan een verzinsel van Kikkerts tijdgenoot, de Schot James MacPherson. Maar al wandelend bracht Kikkert deze donkere literatuur vol nevels en grootse gevoelens tot leven. “Hij nam daarvoor plaats in een kwelder. Dáár leest hij het! Niet in de veilige beschutting van een dijk, waar je nooit wat kan gebeuren. Het beleven van die poëzie ging volgens hem het beste in een woest decor. Dat vond hij geweldig. Maar hij raakte zo in die literatuur verzonken – ‘door Verrukking weggesleept’ – dat hij bijna verdronk in het wassende water.”

‘Hier in zo’n riskante kwelder voelde je pas echt de pracht en de overweldigende kracht van de natuur’

De ene gedachte is nog niet af of Dros is al aan een volgend punt begonnen. Haast ratelend: “Hier op Texel kon hij het werk van Ossian maximaal beleven: rauw, ongefilterd. Hier kon hij een gedicht helemaal vanbinnen ervaren, voelen, meemaken. Want hier in zo’n riskante kwelder voelde je pas echt de pracht en de overweldigende kracht van de natuur.”

“Kijk, de natuur is nu eenmaal grillig, zoals Ossian beschreef. Dan moet je ook in een omgeving komen waar die grilligheid je kan raken. Voor Kikkert opende Ossian de poort naar het gevoel van de natuur. Nooit heeft hij Ossian zo intens gelezen als daar op dat moment.”

‘Ossian zingt zijn zwanenzang’, een schilderij uit ongeveer 1780 door de Deense kunstenaar Nicolai Abraham Abildgaard. (Wikimedia)

Dros omschrijft Pieter Kikkert als een ‘gelaagde figuur, een veelzijdig, breed ontwikkeld man met een ambtenarenboordje’. Hij hield zich bezig met literatuur, theologie en politiek, en was een begenadigd kunstenaar; zijn etsen vind je in het Rijksmuseum in Amsterdam en Booijmans in Rotterdam. Naast een groot gezin van twaalf kinderen had hij een drukke baan als belastinginner voor de gemeente Vlaardingen. Hij mengde zich in het culturele leven en sprak een trits aan talen. Die veelzijdigheid had ook een keerzijde, zegt Dros. “Hij werd geleefd. Kikkert was een grenzeloze man met een heel druk bestaan. Als een kennisspons slurpte Kikkert de werkelijkheid op. Wandelen zag hij als een tegenkracht. Hij had behoefte om er even tussenuit te wandelen. Dat was bijzonder want dat deden er slechts weinig.”

‘Wandelen had dezelfde functie als mindfulness tegenwoordig heeft’

Denkruimte
“Het gaf hem de ruimte om rustig na te denken, op andere ideeën te komen. Om te associëren, gedachten aan elkaar te plakken. Het maakte van hem een dromer. Een creatieve geest die zijn enorme hoeveelheid kennis en dagelijkse impressies moest zien te verwerken. Wandelen was zijn uitlaatklep.”

Met gelijkmatige passen houdt Dros een vaste tred aan. Zijn geelblonde haren wapperen in de strakke zeewind. Volgens hem was de wandeling op Texel voor de Leidenaar een ‘vormende ervaring’. “Zijn hele leven heeft hij dit onthouden. Niet alleen zijn eigen hart ging er sneller van slaan, in zijn toespraken later spoorde hij zijn toehoorders aan om de toegevoegde waarde van wandelen te ontdekken. Het had dezelfde functie als mindfulness tegenwoordig heeft. Wandel met mij mee, zei hij. Als in een soort wandelevangelie. In de trant van: ‘weet je waar jij van op zou knappen?’ of ‘Je weet niet wat je mist’. Voor hem was wandelen een manier om dichter bij zichzelf en bij het goddelijke te komen. Hoe mindful wil je het hebben?”

Etsen van Pieter Kikkert uit het Rijksmuseum.

Politiek was het een turbulente tijd en dat baarde Kikkert grote zorgen en het maakte van hem een rusteloze ziel, vertelt Dros. “De Amerikaanse burgeroorlog, slavernij, de Franse Revolutie, de afscheiding van Zuid-Nederland. Het ging heel hard met de polarisatie en agressie.” De opeenvolgende maatschappelijke omwentelingen en revoltes haalden ook het slechtste in hem naar boven. Als zesjarig jongetje liep Kikkert door Leiden rond met een slinger van palinghuid met een kogel erin genaaid, om mee in te kunnen slaan op patriotten. “Daar schrok ’ie achteraf van. Hoe had hij zich zo kunnen laten meevoeren?”

‘Een ander hoeft niet aan je kop zeuren, dat kun je ook best zelf’

Net wanneer hij zijn gedachten lijkt te hebben geordend, blikt Dros op de zee voor hem, en begint hij weer te vertellen. “Als je daar heen kijkt, naar het water? Op een heldere dag strekt het zicht zich uit tot aan Friesland. Dan zie je dat heel duidelijk liggen.”

Dros knoopt zijn donkerblauwe mantel dicht. Hij voelt zich verwant aan de reflectieve geest die Kikkert was. Als achtjarig jochie zat hij zelf graag achter de Waddendijk over de zee te turen. “Ik doe het te weinig, maar koester die eenzaamheid, die rust, dat is genieten. Dan ben je in de gelegenheid om diep na te denken. Geef je hoofd die vrijheid, zou ik zeggen, dat is een mooie houding.”

Lodewijk Dros, ´Eiland in de nevel. Romantische omzwervingen van Pieter Kikkert, de eerste wandelaar op Texel´
Boom; 224 blz. € 22,50

Volg ons:

Website: Charlot Verlouw. Met dank aan Jan Kruidhof.