De prijs van een miljoenen
project 

Inwoners van de Angolese hoofdstad Luanda zijn zes jaar geleden voor een prestigieus bouwproject met grof geweld uit hun huizen verjaagd.

Waarom stapten baggerbedrijf Van Oord, ING en de Nederlandse overheid in dat project terwijl er zoveel signalen waren van wanbeleid en corruptie? Een reconstructie.

Tekst: Karlijn Kuijpers & Jan Kleinnijenhuis 

Fotografie: Karlijn Kuijpers, David Langan (BBC), Reuters 

De prijs van een miljoenen
project 

Bewoners van de Angolese hoofdstad Luanda werden met grof geweld uit hun huizen gejaagd om plaats te maken voor een prestigieus bouwproject.
Waarom stapten baggerbedrijf Van Oord, ING en de Nederlandse overheid in dat project terwijl er zoveel signalen waren van wanbeleid en corruptie? Een reconstructie.
Tekst: Karlijn Kuijpers & Jan Kleinnijenhuis 
Fotografie: Karlijn Kuijpers, David Langan (BBC), Reuters
(Deze webproductie kunt u het beste op een desktop bekijken)
Het leek in 2013 zo’n mooi plan: het Nederlandse baggerbedrijf Van Oord zou voor de kust van Luanda, de hoofdstad van Angola, kleine eilanden uitbouwen tot één lange, aaneengesloten boulevard van bijna zeven kilometer, waar een moderne stad zou verrijzen.

Gele zandstranden, boulevards met palmbomen, moderne woonflats en kantoren en een jachthaven zouden de hoofdstad van het West-Afrikaanse land een nieuw aanzicht geven. Niemand hoefde voor het project te verhuizen, zo bleek uit meerdere studies.

‘Er staan vrijwel geen huizen’, schreef een Angolees adviesbureau over het projectgebied. Een Brits adviesbureau bevestigde dat: ‘Er zullen geen fysieke verhuizingen plaatsvinden voor het project.’

Maar het tegendeel is waar, zo blijkt uit onderzoek van Trouw ter plaatse.

Slechts enkele weken nadat Van Oord voor het project aan de slag ging, zijn ruim drieduizend families met geweld van hun land verdreven om plaats te maken voor de nieuwe Corimba Boulevard. Tegen de tijd dat de rapporten werden geschreven was het land waar zij woonden inderdaad leeg: het Angolese leger en de politie hadden de huizen al verwoest en de bewoners waren dakloos geworden.

Met geweld verjaagd 

Albertina de Fatima is een van de personen die haar huis kwijtraakte. Ze zit in een klein, donker hutje in een sloppenwijk van Luanda. Er schijnt alleen wat licht naar binnen door een gat in het golfplaten dak. Binnen stinkt het naar een combinatie van vochtige grond en rotte vis, vliegen zoemen rond De Fatima’s hoofd.

Jarenlang woonde ze in een mooi huis, vertelt ze. ‘Ik voelde me een koningin.’ Totdat ze ruim zes jaar geleden met grof geweld uit haar huis werd gezet. ‘Tientallen politiemannen en militairen kwamen ons eiland op, ze sloegen en bedreigden ons, het was nog erger dan de oorlog van 1992’, zegt De Fatima, verwijzend naar de Angolese burgeroorlog die duurde van 1975 tot 2002.

Sindsdien woont De Fatima met zo’n vijfhonderd families in Povoado, een sloppenwijk op een oude vuilnisbelt in het midden van Luanda. Vanuit haar krappe hutje dat ze met vier andere families deelt, ziet ze even verderop het chique parlementsgebouw en de glinsterende flats van het rijke Luanda. Aan de andere kant van de baai, zo’n tweehonderd meter verderop, ligt Areia Branca. Daar woonde De Fatima ruim vijfentwintig jaar, tot het moment dat politie en militairen haar uit haar huis zetten.

Albertina de Fatima, in haar hutje, dat ze met vier families deelt. 
De bewoners van Areia Branca werden verjaagd om plaats te maken voor kunstmatige eilanden, nieuwe stranden, een luxe jachthaven en hoge flats. De Nederlandse baggeraar Van Oord zou de nieuwe eilanden aanleggen, samen met een bedrijf van Isabel dos Santos, dochter van de president die het olierijke land bijna veertig jaar regeerde. ING Bank financierde, en de Nederlandse overheid verzekerde het project.

‘Hier voel ik me verschrikkelijk’, zegt De Fatima. ‘De hygiëne is heel slecht, we worden ziek hier, we hebben alle soorten ongedierte.’ Kinderen sterven van de honger, stelt hulporganisatie SOS Habitat, en er heersen ziektes als tuberculose en cholera. “De afgelopen twee weken stierven in Povoado vier personen, onder wie één kind”, zegt directeur André Augusto van SOS Habitat. Er leven tot wel acht families in één hutje van wat kapotte, bij elkaar geraapte golfplaten.

Toch blijft De Fatima op deze miserabele plek, omdat ze nog altijd hoopt dat de Angolese staat haar een woning aanbiedt, als compensatie voor het verwoesten van haar huis. Maar de stress van jarenlang op elkaars lip leven begint zijn tol te eisen. “In deze hut doen we alles: slapen, koken, eten, wassen, werken. Als ik een bad wil nemen, wacht ik meestal totdat er een voetbalwedstrijdje is, dan zijn de mannen buiten. Anders moet ik ze vragen om naar buiten te gaan.

“We leven hier op elkaars lip, allemaal met andere gewoonten. De stress die dat veroorzaakt is ondraaglijk. Er is veel ruzie, relaties gaan kapot. In dit land is zoveel rijkdom, er zijn mensen met vijf auto’s en zes huizen. Hebben ze dan niet een beetje om met ons te delen? Het is triest. Heel triest.”

 

‘De hygiëne is heel slecht, we worden ziek hier, we hebben alle soorten ongedierte, ratten.’ Kinderen sterven van de honger, stelt hulporganisatie SOS Habitat, en er heersen ziektes als tuberculose en cholera.

‘Isabel dos Santos drong het project op, en niemand keek of het wel een goed idee was. Ik denk dat zij het project wilde om geld van de staat achterover te drukken. De rijken in Luanda gaven niet om de armen.’
Terwijl de ex-bewoners van Areia Branca nog altijd wachten op compensatie, is er ook van de stadsvernieuwing niets terecht gekomen. Het eiland waar De Fatima en drieduizend andere families woonden en waar het nieuwe moderne stadscentrum moest komen, is leeg. Van baggerwerkzaamheden is tot op heden geen sprake. De huizen zijn al zes jaar weg, onder een boom liggen twee politieagenten te slapen, verder gebeurt er niets.

De nieuwe president van Angola legde het stadsontwikkelingsproject afgelopen maart stil, omdat er volgens hem onnodig hoge kosten in rekening werden gebracht. Het bedrijf van de dochter van de Angolese president mocht 189 miljoen dollar voor het project in rekening brengen, maar het is onduidelijk wat zij in ruil voor dat geld zou doen.

Dit blijkt uit onderzoek van Trouw en Het Financieele Dagblad naar documenten uit de gelekte persoonlijke administratie van Isabel dos Santos. De stukken kwamen in handen van PPLAAF, een platform voor Afrikaanse klokkenluiders, en werden via het Internationale Consortium van Onderzoeksjournalisten ICIJ gedeeld met 36 media in 22 landen.

Hoe raakt een Nederlands bedrijf betrokken bij een project van een Angolese presidentsdochter die al in 2013 in verband werd gebracht met corruptie? Waarom stappen ING en de Nederlandse overheid in een project, waarvoor de rechten van ruim drieduizend families zijn geschonden? En wie betalen de prijs van het miljoenenproject?

De rijkste vrouw van Afrika 

Isabel dos Santos heeft een eigen jacht, luxe huizen in Dubai, Londen, Lissabon en Luanda, en is een van de rijkste vrouwen van Afrika. Toch houdt ze er in tegenstelling tot andere oligarchen geen extravagante levensstijl op na.

Ze presenteert zichzelf graag als een vrouw die gewoon is gebleven, en in elk interview benadrukt ze dat ze haar rijkdom opbouwde door hard te werken en slim te ondernemen. Op haar zesde begon ze met eieren verkopen op straat, met 24 jaar had ze haar eerste bedrijf, en snel daarna klom ze op tot succesvol ondernemer die investeerde in telecom, olie, diamanten en banken. ‘Ik werk elke dag, zeven dagen per week’, zei Dos Santos in een interview met de Financial Times.

Isabel dos Santos (1973) is één van de rijkste vrouwen van Afrika, en dochter van president José Eduardo dos Santos die van 1979 tot 2017 president was van Angola. 

Maar zakenblad Forbes meldde al in 2013 dat Dos Santos haar rijkdom vooral verkreeg dankzij haar vader José Eduardo dos Santos, die van 1979 tot 2017 president was van het West-Afrikaanse land. Elk groot project waarbij ze betrokken was kreeg ze volgens het blad door een handtekening van de president, of door mee te liften met buitenlandse bedrijven die zaken wilden doen in Angola.

De Corimba Boulevard is zo’n project van Isabel dos Santos dat ze dankzij haar vader kreeg. “Dit project is heel persoonlijk voor mij”, zei Isabel dos Santos drie jaar geleden tijdens een lezing in Londen waar ze vertelde over de stadsvernieuwing van Luanda. Dos Santos werkt al sinds 2009 aan het project.

Urbinveste, het bedrijf van Isabel dos Santos, ‘is de visie- en conceptontwikkelaar voor het project’, schrijft Dos Santos in een brief aan ICIJ. In 2013 krijgt dat bedrijf officieel opdracht van de Angolese staat om een zogenaamd masterplan te maken voor Luanda.

Belangrijk onderdeel van dat masterplan is een groot landaanwinningsproject voor de kust van Luanda. Op de plek waar Albertina de Fatima en duizenden andere vissers en arme stedelingen wonen, wil Dos Santos een modern stadscentrum bouwen met nieuwe, kunstmatige eilanden. Begin 2013 komt ze tijdens een bijeenkomst over het geplande project in contact met de Nederlandse baggeraar Van Oord. Kort daarna, in mei 2013, keurt de president het landaanwinningsplan van zijn dochter goed.

Drie weken later bezetten het leger, de politie en de marine het Areia Branca-eiland.

Presidentsdochter Isabel dos Santos claimt dat haar succes self-made is, verkregen door keihard te werken. Het ICIJ maakte deze korte film over hoe de rijkste vrouw van Afrika haar rijkdom vergaarde.

Ze kwamen in het midden van de nacht 

“In het midden van de nacht hoorden we machines het eiland op komen”, vertelt Gabriel Vilinga, een visser die toen al ruim 25 jaar op Areia Branca woonde. “Graafmachines, grote apparaten. We wisten niet waarvoor het was, maar we vertrouwden het niet. Toen volgden politie, verschillende onderdelen van het leger, ME, marine. Tegen de ochtend was ons hele eiland omsingeld en begonnen de machines onze huizen te vernietigen. Niemand vertelde ons iets, ze zeiden alleen maar dat we moesten vertrekken.”

De autoriteiten sluiten het eiland af: niemand mag er meer in of uit. Telefoonkabels worden doorgesneden, waterputten afgesloten. “We mochten niets, als we probeerden te bellen sloegen ze ons”, zegt Vilinga. “We konden met niemand communiceren, pers kon het eiland niet op”, vult zijn buurman Pedro Alexandrino aan. ‘Ze gedroegen zich als barbaren.’

Zes dagen lang blijven de troepen op het eiland. ‘We mochten geen water drinken, geen vuur maken. Als we gingen koken schopte politie onze pannen omver. Alles werd gedaan om ons te verzwakken. Onze identiteitspapieren werden in het water gegooid’, zegt Samuel Gonçalvez, een visser.

Gabriel Vilinga: “Tegen de ochtend begonnen de machines onze huizen te vernietigen. Niemand vertelde ons iets, ze zeiden alleen maar dat we moesten vertrekken.”

De politie en het leger gebruiken grof geweld, bevestigen alle bewoners die we spraken. ‘Ze sloegen met stokken en knuppels, zelfs oudere vrouwen, er vielen veel gewonden’, staat in een brief van de bewoners aan het stadsbestuur. ‘Ze gebruikten een tank met gloeiend heet water dat ze op ons spoten’, herinnert Vilinga zich. Twee kinderen werden gedood door een machine die over hen heen reed, zo schreven de bewoners in brieven aan de Angolese autoriteiten die in bezit zijn van Trouw. “Het was verschrikkelijk, het voelde alsof het oorlog was”, aldus Vilinga.

Na zeven dagen worden de bewoners in vrachtwagens van hun eiland gehaald. “Er was grote paniek, kinderen renden weg, op zoek naar hun ouders. We moesten al onze spullen achterlaten. Het leger deed alsof we vijanden waren”, zegt Vilinga. Alle drieduizend families komen op straat terecht. Ze zwerven door de stad, sommigen slapen op de stoep van een kerk, waar nonnen hen wat te eten geven. Anderen zoeken onderdak in een ziekenhuis. Maar overal worden ze weggejaagd door de politie. Een groep van vijfhonderd families besluit uiteindelijk naar Povoado te gaan, een oude vuilnisbelt in het centrum van de stad.

Daar, slechts tweehonderd meter van hun oude huis, wachten ze nu, in de hoop dat de staat hen ooit een nieuw huis zal geven. “Ik was veertig en dacht dat ik het voor elkaar had: een klein huisje, een familie, een fijne plek om te wonen”, zegt Pedro Alexandrino. “Maar toen verloor ik alles. De overheid heeft alles van ons afgepakt.”

Samuel Gonçalvez: “We mochten geen water drinken, geen vuur maken. Als we gingen koken schopte politie onze pannen omver. Alles werd gedaan om ons te verzwakken.”
Pedro Alexandrino: ‘Ik dacht dat ik het voor elkaar had: een klein huisje, een familie, een fijne plek om te wonen. Maar toen verloor ik alles.

De connectie met Nederland: Van Oord, Royal Haskoning, Atradius en ING

Nog in dezelfde maand waarin bewoners van Areia Branca hun hele hebben en houden verliezen, vindt even verderop een bijeenkomst plaats met Isabel dos Santos, vertegenwoordigers van de Angolese staat, en medewerkers van baggerbedrijf Van Oord en adviesbedrijf Royal HaskoningDHV, zo blijkt uit documenten in handen van Trouw.

De partijen overleggen hoe ze het stadsontwikkelingsproject zo snel mogelijk van de grond kunnen krijgen. Royal Haskoning is door Dos Santos ingehuurd om de kunstmatige eilanden te ontwerpen, onderzoeksinstituut Deltares onderzoekt de zeestromen, en Van Oord maakt op basis van al die informatie een plan voor de uitvoering van het project.

Baggerbedrijf Van Oord en Isabel dos Santos werken nauw samen: er is zeer regelmatig mailcontact en er zijn verschillende bezoeken over en weer. In januari 2014 komt Dos Santos zelfs naar Rotterdam om bij Van Oord de plannen door te nemen. Enkele maanden later zijn medewerkers van Van Oord weer in Angola, en verblijven ze in een tropisch resort.

Alles wordt gedaan om zo snel mogelijk met de bouw te kunnen beginnen. Van Oord regelt zelfs de financiering: het baggerbedrijf stapt namens de Angolese staat naar ING Bank voor een lening om het project te financieren. En Van Oord gaat langs bij Atradius, de exportkredietverzekeraar van de Nederlandse overheid, die projecten verzekert in moeilijke landen om de Nederlandse export te steunen.

Artist impressions van de plannen voor de nieuwe boulevard van Luanda, waarvoor zo’n drieduizend families werden gedwongen te verhuizen. 
Artist impression van de plannen voor de nieuwe boulevard van Luanda, waarvoor zo’n drieduizend families werden gedwongen te verhuizen. 
ING en Atradius zijn enthousiast, maar voordat ze akkoord gaan willen ze weten wat de sociale en milieugevolgen zijn. Ze laten een studie uitvoeren door een Brits adviesbureau, waaruit blijkt dat het project de vissen en zeeschildpadden in gevaar brengt. Maar voor de bewoners van Areia Branca heeft het geen gevolgen: ‘Er zullen geen fysieke verhuizingen plaatsvinden voor het project’, staat in het rapport. Een Angolees adviesbureau had eerder al geconcludeerd dat niemand voor het project hoefde te wijken: ‘Het gebied is in reconversie en er staan vrijwel geen huizen. Overstromingen zorgden ervoor dat huizen werden verwoest.’ De bureaus konden dat enkel concluderen omdat zij hun onderzoek startten nadat de bewoners al verdreven waren.

Volgens Francisco Alexandre, hoofd communicatie van de gemeente Luanda, vertellen die studies niet de waarheid.

“De mensen van Areia Branca zijn verdreven voor een project van Urbinveste”, zegt hij. “Isabel dos Santos kreeg het land om een project te ontwikkelen.” Zelfs de gemeente Luanda kreeg geen gedetailleerde informatie over de projecten. “Dat werd allemaal besloten op het hoogste niveau, het ging buiten officiële instituties om. Het project is een staatsgeheim, niemand heeft toegang tot documenten, alles werd achter gesloten deuren besloten.” Alexandre kan dit soort kritisch commentaar nu geven omdat Angola sinds twee jaar een nieuwe president heeft die momenteel ingrijpt tegen de corruptie van zijn voorganger.

Mário Rui Pinto Pires, voormalig staatssecretaris voor publieke investeringen in Angola, was een van de mensen die wél toegang hadden tot informatie. “Ik was een van de weinigen die president Dos Santos vertelden dat het een slecht plan is”, zegt hij tegen journalisten van ICIJ. “Isabel dos Santos drong het project op, en niemand keek of het wel een goed idee was. Ik denk dat zij het project wilde om geld van de staat achterover te drukken. De rijken in Luanda gaven niet om de armen. Dit project is een van de redenen waarom ik in 2015 ben opgestapt.”

Toch zet president Dos Santos het project voort: begin 2016 besluit hij per decreet om de opdracht te gunnen aan een consortium van zijn eigen dochter samen met Van Oord. Er komt geen aanbesteding aan te pas, terwijl dat bij dit soort projecten volgens de Angolese wet wel verplicht is. ING Bank verstrekt na bemiddeling door Van Oord een lening aan de Angolese staat om het project te financieren. En Van Oord krijgt steun van kredietverzekeraar Atradius.

Eigenlijk financiert Atradius in Angola enkel projecten tot 190 miljoen euro, maar speciaal voor dit project gaat de drempel omhoog naar 750 miljoen, blijkt uit documenten in handen van Trouw. Atradius zegt in een reactie dat het de drempel verhoogde omdat er destijds meerdere projectaanvragen voor Angola liepen.

Bert Bruning, directeur van Atradius, zegt in een eerste reactie dat de gedwongen verhuizingen in Areia Branca ‘niet gaan over het projectgebied Marginal da Corimba, maar over een ander gebied.’ Kaarten van het project tonen echter dat Areia Branca middenin het projectgebied ligt. Wanneer we hem daarmee confronteren, geeft Bruning toe dat hij met zijn eerdere antwoord fout zat. Hij zegt nu dat de gedwongen verhuizingen plaatsvonden voordat de kredietverzekeraar bij het project betrokken raakte.

Van Oord zegt dat het niet wist van de landonteigeningen op Areia Branca. “Jullie hebben ons wakker geschud.”

Van Oord, Atradius en ING Bank stellen nu dat de bewoners van Areia Branca niet zijn verjaagd voor Marginal da Corimba, maar voor een weg die over het eiland zou worden aangelegd. Satellietbeelden tonen echter dat voor deze weg al eerder een smalle strook land was vrijgemaakt voordat de bewoners verjaagd werden. Voor het project van Van Oord zou het gehele eiland ontruimd moeten worden, zo blijkt uit de projectplannen.

Van Oord laat weten dat het inmiddels contact heeft gelegd met de Angolese staatssecretaris van constructie om compensatie voor de ex-bewoners van Areia Branca te bespreken. “Doen anderen het niet, dan gaan we regelen dat er compensatie komt.” Ook ING Bank zegt invloed te zullen uitoefenen ‘om de problemen van de oud-bewoners bespreekbaar te maken.’

Uitzicht vanaf de sloppenwijk op de vuilnisbelt Povoado. Aan de overkant van de baai is het eiland Areia Branca zichtbaar, het gebied waar de bewoners van zijn verjaagd (rechterfoto). De bouw is er nog niet begonnen. 
Uitzicht vanaf de sloppenwijk op de vuilnisbelt Povoado. Aan de overkant van de baai is het eiland Areia Branca zichtbaar, het gebied waar de bewoners van zijn verjaagd (foto onder). De bouw is er nog niet begonnen. 

Een van de meest corrupte landen ter wereld 

Was het voor Van Oord, ING en Atradius destijds wel verstandig om in zee te gaan met Isabel dos Santos, van wie al jaren verhalen over corruptie de ronde doen? “Ik zou dit nooit gedaan hebben”, zegt Jan Eijsbouts, hoogleraar maatschappelijk verantwoord ondernemen aan de Universiteit Maastricht en voormalig directeur juridische zaken bij Akzo Nobel, waar hij medeverantwoordelijk was voor het anti-corruptiebeleid.

“Van Oord doet zaken met Urbinveste, een onderneming van de presidentsdochter in een land dat qua corruptie een slechte naam heeft.” Volgens de corruptie-perceptie-index van Transparency International is Angola een van de meest corrupte landen ter wereld.

“Bovendien werd het project aan het consortium gegund zonder dat er een aanbesteding aan te pas is gekomen. Daar moet je extra voorzichtig mee zijn. Je moet ook precies weten wat het bedrijf van de presidentsdochter doet in ruil voor het geld en zeker weten dat die beloning proportioneel is.”

Maar juist dat is een raadsel. Urbinveste krijgt dertig procent van het totale budget: een som van 189 miljoen dollar. Wat het bedrijf – dat slechts 31 mensen in dienst heeft en geen ervaring met zulke grote projecten – voor dat geld doet, is onduidelijk. Terwijl de kosten van Van Oord precies zijn uitgesplitst per vierkante meter grond die wordt verzet en per type machine die eraan te pas komt, staat voor Urbinveste ruim 76 miljoen dollar begroot voor ‘algemene kosten en studies’ en een kleine 27 miljoen voor ‘projectmanagement’.

Kostenopgave van Urbinveste uit het contract met Van Oord: 
“Zo’n groot bedrag voor ‘algemene kosten’ is niet normaal”, zegt Leen Paape, hoogleraar corporate governance aan Nyenrode Universiteit. “Het is volledig onduidelijk of Urbinveste wel een prestatie levert in ruil voor het geld. Op basis van wat ik heb gezien zou ik dit niet tekenen.” Professor Eijsbouts beaamt dat: “Het is niet duidelijk hoe het bedrag is samengesteld en wat Dos Santos doet in ruil voor het geld.”

‘Mijn buikpijn zou toenemen’

Zijn er bij ING Bank en Atradius dan geen alarmbellen afgegaan? Bert Bruning, directeur van Atradius, weigert aanvankelijk antwoord te geven op de vragen die Trouw en Het Financieele Dagblad daarover stellen, omdat Trouw bij het ministerie van financiën documenten heeft opgevraagd met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

“Daarom gaan we nu geen interview geven.” Dat Wob-verzoek wordt dan echter al maanden getraineerd door het ministerie van financiën, en Atradius houdt nog altijd documenten achter.

De documenten die Trouw wel ontving tonen dat de kredietverzekeraar nauwelijks onderzoek deed naar Urbinveste. “Onze contractpartner is Van Oord, dus we weten niet veel over Urbinveste”, zegt Bob Jennekens, beleidsmedewerker kredietverzekeringen op het ministerie van financiën. “Een onderzoek naar de commerciële prijsstelling maakt geen onderdeel uit van ons onderzoek”, schrijft Atradius in een latere reactie. 

ING heeft wel in de gaten dat Dos Santos de dochter van de president is, maar doet geen zelfstandig onderzoek. De bank stelt enkel wat vragen aan Van Oord over de aanbesteding en het anti-corruptiebeleid. “We zien geen beperkingen voor deze deal”, concludeert ING al snel. Naar Urbinveste kijkt de bank niet, omdat de lening enkel gebruikt wordt om Van Oord te betalen, zegt ING in antwoord op vragen. Professor Paape vindt het een ‘bijzondere reactie.’ “In mijn ogen kun je je er niet vanaf maken door enkel naar Van Oord te kijken.”

Onderzoek naar Isabel dos Santos deed Van Oord niet, de baggeraar zegt alleen naar Urbinveste te hebben gekeken. “De betrokkenheid van Urbinveste was voor ons positief, omdat het project daardoor een goede kans van slagen had.”

Crisis, aftreden, en wegsluizen

Op het moment dat het contract in 2016 officieel wordt getekend begint voor Angola de ergste economische crisis die het land ooit heeft gekend. De lage olieprijzen en de hoge staatsschuld zorgen ervoor dat inmiddels een op de drie Angolezen werkloos is. De helft van alle Angolezen leeft in armoede, en acht op de honderd kinderen sterven voor hun vijfde verjaardag.

De economische problemen zorgen ervoor dat José Eduardo dos Santos na bijna veertig jaar gedwongen wordt om af te treden. Rond die tijd sluist Van Oord ruim zes miljoen dollar overheidsgeld voor Urbinveste door naar een bankrekening op de Kaapverdische Eilanden. Het geld moet naar een rekening bij Banco BIC, een bank waarvan Isabel dos Santos ruim veertig procent van de aandelen heeft, en die volgens de Portugese centrale bank veel te weinig doet om witwassen tegen te gaan. “Dit ziet er zeer verdacht uit”, zegt hoogleraar Eijsbouts.

Hoogleraar Paape kan enkel een zucht uitbrengen wanneer Trouw en Het Financieele Dagblad hem de documenten laten zien. “Mijn buikpijn zou toenemen”, zegt hij.

Jeroen Brabers, voormalig groepsdirecteur integriteit bij postbedrijf TNT en bestuurslid bij Transparency International Nederland, valt hem bij: ‘Alle alarmbellen gaan nu af, van: kijk uit, kijk uit!! Dit kan duiden op belastingontduiking of witwassen.’

Van Oord zegt dat de overboeking wat haar betreft in orde was. “Voor het project waren diensten van buitenlandse bedrijven nodig die in buitenlandse valuta moesten worden betaald.”

Wat heeft Luanda aan kantoren en flatgebouwen? 

Afgelopen maart komt aan het project een eind. Met eenzelfde pennenstreek als waarmee José Eduardo dos Santos de projecten aan zijn dochter had gegund, annuleert de nieuwe president João Lourenço die contracten.

“Als gevolg van prijsopdrijving heeft het project tot een schadelijke last voor de Angolese overheid geleid”, zegt president Lourenço afgelopen maart. Deze ‘excessieve en disproportionele betalingen’ schaden ‘rechtvaardigheid, de moraal, en transparantie.’ De president zegt de bouw van de boulevard te willen hervatten zonder Urbinveste, en verwacht daarmee vierhonderd miljoen te kunnen besparen.

De annulering leidt tot onrust bij ING Bank en Atradius. Niet wegens mogelijke corruptie of mensenrechtenschendingen. Nee, ING vreest dat de Angolese staat haar lening niet terugbetaalt, zo blijkt uit een brief die ING mede namens Atradius aan de Angolese staat stuurt. Daarin dringt ING er enkel op aan om het project snel weer te hervatten, omdat de bank de Angolese staat anders in gebreke zal stellen. Over mogelijke corruptie en ‘excessieve en disproportionele betalingen’ wordt in de brief met geen woord gerept.

Ondanks de aanmaningen van ING en de pogingen van Van Oord om een nieuwe deal te sluiten ligt het project nog altijd stil. Van Oord stelt dat het de heronderhandelingen met de Angolese staat bijna heeft afgerond. “Alleen de handtekeningen moeten nog worden gezet.”

Alves da Rocha, hoogleraar economie aan de katholieke universiteit van Angola, had liever gezien dat het plan helemaal geannuleerd zou worden. “We hebben zo’n project helemaal niet nodig. De meeste mensen in Luanda leven in sloppenwijken, wat hebben zij aan nieuwe kantoren en flatgebouwen? In dit land, waar mensen geen eten hebben en niet naar school kunnen, hebben we hele andere dingen nodig.

“De Angolese staat had hiervoor nooit een lening moeten aangaan bij ING Bank. Het zijn de gewone Angolezen die die schuld moeten gaan terugbetalen, terwijl het land in een diepe economische crisis zit.”

Da Rocha moet het interview onderbreken voor een telefonisch spoedoverleg met de decaan van de universiteit. De gehele universiteit kan wegens de economische crisis en inflatie deze maand de lonen niet betalen.

“Dit zijn het soort problemen die we momenteel moeten oplossen in Angola”, zegt hij nadat hij ophangt.

Tekst: Karlijn Kuijpers & Jan Kleinnijenhuis / Fotografie: Karlijn Kuijpers, David Langan (BBC), Reuters / Website: Joris Belgers

Deze productie kwam tot stand in samenwerking met Het Financieele Dagblad en het International Consortium of Investigative Journalists.

© 2019 DPG Media B.V. – alle rechten voorbehouden